| Signalement |
| |
|
|
Oorsprong: |
Europa tot west Siberië, midden oosten
noord Afrika en enkele eilanden in de Atlantische Oceaan. |
| |
|
|
Uiterlijk: |
Het mannetje heeft een bruine rug.
De onderzijde van het mannetje is rozebruin van kleur.
De kruin en het achterhoofd van het mannetje zijn blauwgrijs.
De stuit van het mannetje is enigszins groen.
De bovenzijde van het vrouwtje is grijsgroen van kleur.
De onderzijde van het vrouwtje is vaalwit.
Op de vleugels van beide geslachten bevinden zich twee witte vleugelstrepen. |
| |
|
|
Afmetingen: |
ca 15 cm |
| |
|
|
Geslacht
onderscheid: |
Het mannetje is mooier en feller gekleurd. |
| |
|
| |
| In
het wild |
| |
|
| Biotoop: bosrijk gebied, tuinen en open land met verspreide boomgroei. |
| |
| Eigenschappen |
| |
|
De zang of, liever gezegd, het 'slaan' van de vink is een luidruchtige aangelegenheid en begint langzaam, neemt stadig in snelheid toe en eindigt gewoonlijk in een weelderige cascade van tonen. De zang varieert in feite van vogel tot vogel sterk en er zijn zelfs verschillende 'dialecten' te onderscheiden ('Waalse' en 'Vlaamse' vinken). Het gehele lied duurt doorgaans 4 à 5 seconden, maar het wordt vijf- tot tienmaal per minuut herhaald. De alarmroep is een luid, doordringend 'pink, pink, pink'. |
| |
|
| Gedrag |
| |
|
Over het algemeen zijn vinken rustige vogels waarvan de man prachtig kan zingen.
Met name in de kweekperiode kunnen ze hun territorium flink verdedigen.
Ze zijn daarom ook minder geschikt voor de gezelschapsvolière. ook het houden van meerdere paartjes bij elkaar is af te raden omdat de mannen onderling erg agressief kunnen zijn. |
| |
| Verzorging |
| |
|
Vinken zijn zaadeters. Als basis dient daarom een zaadmengsel voor Europese cultuurvogels ook wel 'wildzangzaad' genoemd te worden verstrekt. Daarnaast dienen allerlei onkruidzaden, graszaden, paardebloemknoppen, knoppen van vruchtbomen, bessen, groenvoer, eivoer (enkele) meelwormen en gekiemd zaad te worden verstrekt. Natuurlijk dienen ook maagkiezel en grit vrij ter beschikking te staan. Indien er jongen zijn zal de voeding moeten worden aangepast. Met name is er dan behoefte aan allerhande insecten (bladluis, fruitvliegjes, buffalowormpjes, pinky's) en hun larven
|
| |
| De kweek |
| |
|
De kweek van vinken is geen sinecure.
Vooreerst moeten er succesvolle kweekkoppels worden samengesteld. Zonder eivoer, kalk, vitaminen en mineralen, gaan de wijfjes niet zomaar leggen. Zonder het juiste nestmateriaal, krijg je geen warme nestjes. De jongen eten zowat uitsluitend levende insecten. Daarnaast zijn ze niet speciaal lief voor elkaar en komt partnergeweld veelvuldig voor. Er moet dus geïnvesteerd in grote kweekvolières met meerdere compartimenten waar de nesten niet worden verstoord. Die installaties hebben een dubbele draadwand zodat roofvogels geen kans krijgen, een bodem die voorziet dat de eigen poep niet wordt opgegeten en zijn overdekt zodat er geen vreemde poep binnenkomt. |
| |
| In
de voliere |
| |
Samen
bij grasparkieten:  |
|
| |
| |
| |
|
| |
|