Andere kooi- volierevogels


Naast grasparkieten, zijn er nog ontelbaar andere leuke vogels.
Hier zetten we ze in het spotlight...
mn bij grasparkieten:

Japanse Meeuw ( Lochura domestica )
   
Signalement
   
Oorsprong: 
In de vrije natuur komen ze in het geheel niet voor.
   
Uiterlijk: 
Ofschoon de japanse meeuw een forse vogel is, geeft hij een slanke indruk. Dit komt voornamelijk door de vorm van de staart die trapvormig is, de buitenste staartpennen zijn vrij kort terwijl de twee middelste verlengd en lancetvormig zijn. De borst- en buiklijn moet regelmatig gebogen zijn. Van voren moet de borst vrij breed zijn, het achterlijf mag niet de indruk geven uitgezakt te zijn. De staart moet in het verlengde van de romp worden gedragen. De ruglijn is een enigszins holle lijn, dit komt omdat de Japanse meeuw de kop hoog draagt en de staart iets is opgericht.
   
Afmetingen: 
ca 11-12 cm
   
Geslacht onderscheid: 
Er valt geen eenvoudig onderscheid te maken tussen een mannelijke Japanse meeuw en een vrouwelijke.
De mannelijke hebben echter meestal een hoger stemgeluid.
   
 
In het wild
   
Ornithologisch gezien is de japanse meeuw een vreemde vogel.
In de vrije natuur komen ze in het geheel niet voor.
Het is een zuivere cultuurvogel, die zeer waarschijnlijk in China zijn oorsprong vond.
 
 
   
 
Eigenschappen
   
De Japanse meeuw is een vogel die vooral gehouden wordt door vogelliefhebbers.
Het is een sociale, rustige vogels en leeft graag in kleine groepen.
Het is daarom aan te raden om een meeuwtje niet alleen te plaatsen.
Een groep geniet de voorkeur boven een paar of 1 meeuwtje.
 

 
   
 
Gedrag
   

Japanse meeuwtjes zijn sociale en vreedzame vogels.
Ze vinden het prima met hun eigen soortgenoten en andere volièrevogels.
Het is echter wel aan te raden om ze niet bij agressieve soorten te plaatsen.
Het houden van een groep is de beste optie boven het houden van 1 of een paar Japanse meeuwtje(s).
Ze nemen ook graag een bad en houden zich vooral tussen de beplanting op en op de bodem, waar ze voedsel zoeken.
.

 
Verzorging
   

Geen tweede vogelsoort leent zich zo goed voor een verblijf in kooi of vitrine als de Japanse Meeuw.
En dit is ook zo goed te begrijpen, omdat we hier te maken hebben met een door langdurige kruisingen verkregen vogelsoort, die in de natuur niet voorkomt.
De Japanners schijnen deze vogels gekweekt te hebben uit kruisingen van het gestreepte Bronzemannetje met het spitsstaart Bronzemannetje, terwijl ook nog een kruising met het Zilverbekje waarschijnlijk is.
In ieder geval is men er niet in geslaagd de gang van zaken precies op te sporen en door terugkruisingen de stamvaders te ontdekken.

 
De kweek
   
Japanse meeuwtjes zijn goede kwekers.
Ze planten zich probleemloos voort in kweekkooien.
Omdat de dieren bij elkaar in het nest kruipen, is het verstandig om slechts 1 koppel in een kweekkooi te zetten.
Het legsel bestaat uit 5-7 witte eitjes, die door beide ouders bebroed worden.
Na 14 dagen komen de jongen uit het ei, waarna ze nog 2 weken wachten vooraleer ze uitvliegen.
Ze worden dan ook nog zo'n 2 weken gevoerd door de ouders.
Daarna kunnen ze apart geplaatst worden.
Het paar dat voor het broedsel zorgt kan dan al aan een nieuw legsel bezig zijn.
Ze hebben de neiging om hetzelfde nest te gebruiken.
 
In de voliere
 
Samen bij grasparkieten:
 
 
 
 
 
   
Terug...