| Signalement |
| |
|
|
Oorsprong: |
Indonesie, Zuid China en de Filipijnen |
| |
|
|
Uiterlijk: |
Kop Wit met een zwart masker.
Dieprode, forse snavel.
Borst, rug en vleugels grijs.
Buik en onderkant staart wit. |
| |
|
|
Afmetingen: |
ca
13 tot 14 cm |
| |
|
|
Geslacht
onderscheid: |
Het verschil tussen mannen en poppen is heel moeilijk te zien. Een "kenners" oog kan soms een verschil waarnemen tussen de snavel van de man en pop. De snavel van de man is iets groter en feller van kleur. Soms is ook de oogring van de man wat opvallender. Om echt zekerheid te hebben dient men de vogels geruime tijd te observeren. De mannetjes zingen namelijk, de poppen niet |
| |
|
| |
| In
het wild |
| |
|
Van oorsprong komt de rijstvogel voor in Indonesďe op de eilanden Java, Bali en Bawean voor. Vandaar uit zijn ze geintroduceerd of soms ontsnapt en zijn er populaties ontstaan in zuid-oost Azie,in sommige delen van India, Skri Lanka, Birma , Thailand, Filipijnen, Hawai en zelfs in de Verenigde Staten, die zelfs een import verbod heeft ingevoerd omdat ze zich nogal snel voortplantte en zelfs een plaag werden. De Timor rijstvogel komt alleen maar voor op de Indonesische eilanden Timor, Semau en Rote.
Vandaar ook de naam Timor rijstvogel.
|
| |
| Eigenschappen |
| |
|
Deze soort is uitermate geschikt voor een gezelschapsvoliere.
U kunt een paartje van deze vogels aanschaffen, maar een groepje is meer gewenst.
Uiteraard dient u daar wel voldoende ruimte voor te hebben.
Over het algemeen laat men andere soorten met rust.
|
| |
|
| Gedrag |
| |
|
In een ruime voliere laten ze andere soorten met rust.
|
| |
| Verzorging |
| |
|
Zowel een binnenvoličre als buitenvoličre zijn geschikt als behuizing. Tijdelijk onderkomen in een ruime broedkooi behoort ook tot de mogelijkheden, al zal men op moeten passen dat de vogels niet vervetten. Beplanting wordt op prijs gesteld, maar is niet noodzakelijk, en wanneer de vogels de beschikking hebben over een vorstvrij nachthok zal de winterperiode ook geen problemen op leveren.
Een goed mengsel van tropisch zaad eventueel wat aangevuld met trosgierst, graszaden en onkruidzaden. daarnaast wat paddy en gebroken rijst zijn onontbeerlijk. Uiteraard mogen ook hier grit en maagkiezel niet ontbreken.
|
| |
| De kweek |
| |
|
De rijstvogel geeft doorgaans de voorkeur aan een gesloten of half open nestkastje met een bodemformaat van 15 vierkante cm, en een hoogte van 20 cm. Het nest wordt voornamelijk door de man gemaakt van hooi, gras, kokosvezel en stro. Als afwerking gebruiken deze vogels zachte materialen zoals donsveertjes en dierenhaar. Doorgaans bestaat een legsel uit 4 tot 6 eitjes, welke door beide vogels bebroed worden. Na 13 dagen komen de jongen uit het ei. De jongen worden door beide ouders gevoerd met zaden maar ook veel insecten in alle stadia en eivoer worden graag opgenomen. Na 28 tot 32 dagen vliegen deze jongen uit en worden dan gedurende twee weken in afnemende mate nog door de ouders gevoerd. Een goed koppel kan meerdere legsel per jaar aan.
|
| |
|