| Signalement |
| |
|
|
Oorsprong: |
Noord
en centraal Australië; gewoonlijk niet op de oost en zuid kust |
| |
|
|
Uiterlijk: |
Zilvergrijs, vleugels iets donkerder.
Opvallende witte stipjes op de vleugels.
Oranje ring rond de ogen.
(Mannetje iets bredere oogring) |
| |
|
|
Afmetingen: |
ca
19-22 cm |
| |
|
|
Geslacht
onderscheid: |
Het
mannetje (doffer) heeft een bredere oranje vleesring rond de ogen
dan het vrouwtje (duivin). |
| |
|
| |
| In
het wild |
| |
|
De zeer kleine Diamantduif is vertegenwoordigt in de drogere delen van Australië.
In droge gebieden moet hij dagelijks twee keer drinken 's morgens en 's avonds. Hij zwerft nomadisch rond op zoek naar eten en drinken. |
| |
| Eigenschappen |
| |
|
Diamantduiven zijn echte zonaanbidders en met de plaatsing van de huisvesting moet u hier rekening mee houden.
Samen met andere vogels in een volière is geen probleem.
Alleen in de winter dienen ze vorstvrij onder gebracht te worden.
|
| |
|
| Gedrag |
| |
|
Ze zijn niet agressief tegenover andere vogels en kunnen het beste samen gehouden worden met vogels van de zelfde grootte.
|
| |
| Verzorging |
| |
|
De diamantduif is zeer geschikt voor de beginnende liefhebber.
Dit kleine duifje is niet veeleisend wat betreft huisvesting en voeding.
Natuurlijk moet dit wel aan de eisen voor welzijn voldoen.
Zonder echt schuw te zijn blijven diamantduiven over het algemeen schrikachtiger dan lachduiven.
Dit heeft tot gevolg dat zij makkelijk, vooral in kleinere kooien, hun veren beschadigen.
|
| |
| Kleurvarianten |
| |
|
Behalve de zilverkleurige variëteit zijn er de afgelopen jaren ook mutaties gekweekt van deze kleine duif waarbij de grijze veren een rode, oranje of gele waas hebben.
|
| |
|